onderwijsvisie


onderwijsvisie

Onze leerlingen zijn voornamelijk afkomstig uit Parkstad en de landelijke omgeving daaromheen. Voor het Sint-Janscollege ontstaat hierdoor een onderwijskundige opdracht omdat de regio bekend staat als sociaal-economisch minder sterk en in het onderwijs een taalachterstand geconstateerd wordt. Dat betekent voor ons onderwijs dat we extra inzetten op taalontwikkeling, algemene kennis, kunst en cultuur en internationalisering. Doel van deze activiteiten is de talenten van onze leerlingen zo maximaal mogelijk te ontwikkelen. Daarbij trekken we gezamenlijk op met ouders en leerlingen. Ouderbetrokkenheid en een goede relatie tussen personeel en de leerlingen zijn cruciaal om de gewenste resultaten te behalen.

Het Sint-Janscollege wil een kwaliteitsschool zijn waar de leerlingen gestimuleerd worden om boven zichzelf uit te stijgen. De leerling wordt uitgedaagd om een actieve houding aan te nemen en voor een belangrijk deel zelf verantwoordelijk te zijn voor zijn ontwikkeling. Daarbij wordt de leerling de kans geboden om zo hoog mogelijk te reiken zo lang dit ondersteunt wordt door de intellectuele capaciteiten en de motivatie van de leerling. Door gedegen determinatie zit elke leerling aan het einde van de onderbouw op het juiste niveau. De school stimuleert het om in vaklessen, projecten en buitenschools leren de leerlingen te confronteren met de buitenwereld en hun burgerschap te ontwikkelen. Via ons internationaliseringsprogramma komt elke leerling in contact met en leert over andere culturen, gewoonten en gebruiken.

In de huidige tijd vraagt de samenleving een hoge mate van zelfstandigheid en besluitvaardigheid. Burgers worden geacht informatiestromen te kunnen filteren en het aanbod aan producten en diensten zodanig te beoordelen dat ze voortdurend onderbouwde keuzen kunnen maken. Meer dan voorheen is het van belang de leerling in zijn ontwikkeling te stimuleren tot zelfstandigheid en zelfverantwoordelijkheid. Middels de traditionele wijze van lesgeven is dit onvoldoende mogelijk. De leerling zal meer moeten worden geactiveerd om zelf deels vorm te geven aan het onderwijsproces. Hiertoe worden organisatorisch (lessentabel, rooster, keuzewerktijd) en gebouwelijk aanpassingen gedaan (klaslokaal naast collegezaal, groepswerkruimte en individuele werkplekken). Daarenboven zijn onderwijskundige aanpassingen noodzakelijk om maatwerk te kunnen bieden. Het doel is de leerling binnen duidelijke kaders en structuren de ondersteuning of de uitdaging te bieden die nodig is om zelfstandig verder te komen. Er blijft immers een kennisbasis onontbeerlijk.

Om de leerling goed te volgen in zijn leerproces en van duidelijke feedback te voorzien, zijn adaptieve leermethodes behulpzaam, waar mogelijk in digitale vorm. Formatieve toetsen kunnen hierbij een middel zijn om de leerling in zijn onderwijsproces te volgen. Hij weet wat hij al beheerst maar ook waar nog extra ondersteuning of uitleg nodig is. Ouder, leerling en docent krijgen informatie over waar de leerling behoefte aan heeft. Waar de tekorten groter en meer structureel blijken zal de school via keuzewerktijd de mogelijkheid bieden deze tekorten weg te werken. Leerlingen die meer aan kunnen, worden uitgenodigd deze keuzewerktijd (ook) op een andere manier in te zetten: verbreding en verdieping van kennis maar ook het ontwikkelen van plezier in leren zijn daarbij de belangrijkste doelen. Motivatie van de leerling is een sleutel tot onderwijssucces. Loopbaanoriëntatie en -begeleiding kunnen hier een belangrijke rol bij spelen omdat de leerling dan weet waar hij voor werkt. 

Voor de leerling betekenen de onderwijskundige veranderingen dat hij naast de reguliere lessen waarin de kennis en vaardigheden worden aangereikt meer keuzevrijheid krijgt om zijn eigen leerproces te sturen. De leerling zal zijn eigen leerdoelen dienen te stellen en zelf keuzes moeten maken voor de onderdelen waar hij ondersteuning bij nodig heeft of waar hij verrijking wenst. Het einddoel is een leerling die niet afwacht maar zelf in actie komt en steeds meer zelfstandig beslissingen neemt. Hiertoe zal er in het onderwijsproces vrijheid, keuzemomenten en begeleiding worden aangeboden.

Voor de docent betekenen de onderwijskundige veranderingen dat hij zijn onderwijs en lesgeven kritisch gaat bezien en meer richt op het behalen van de leerdoelen bij de individuele leerling in plaats van op het volgen van zijn methode. Hiertoe zal ook bij de docent een ontwikkeling moeten worden ingezet naar een grotere variatie in didactische werkvormen, een toenemende flexibiliteit en het kunnen omgaan met keuzewerktijd. Dit vergt ondersteuning door de school in tijd en faciliteiten.

Om de kwaliteit van het onderwijs te vergroten en de werkdruk van de docenten te verminderen zal meer ingezet worden op samenwerking tussen collega’s. Het is de bedoeling dat docenten het programma en de lessen meer op elkaar afstemmen en waar mogelijk samen ontwerpen. Soms zelfs, dat een lessenserie gezamenlijk gegeven wordt. Een en ander dient op termijn plaats te vinden in de nieuw te bouwen en in te richten domeinen waarbij verwante vakken lesgeven. Er wordt uitgegaan van een vijftal domeinen. Het talendomein, bèta domein, gamma domein en kunst en cultuur. Daarnaast vormt lichamelijke oefening een apart domein.



© Sint-Janscollege 2015.